Strategisch havens van het Russische Rijk
Na de eerste successen in Zuid-Amerika richtten de oprichters van DEME hun blik op een nieuwe, nog complexere uitdaging: het Russische Rijk. Rond het begin van de 20e eeuw bevond Rusland zich midden in een razendsnelle industrialisatie, gedreven door de ambitie om zijn infrastructuur te moderniseren en zijn positie op het wereldtoneel te versterken.
Toch worstelde het rijk met een hardnekkig probleem. Ondanks toegang tot vijf zeeën beschikte Rusland over te weinig ijsvrije havens om het handelsverkeer het hele jaar door te garanderen. Precies dat vraagstuk wekte de interesse van de oprichters.
Na intensieve onderhandelingen in verschillende Europese hoofdsteden verzekerden zij zich van een reeks prestigieuze havenprojecten: de haven van Taganrog aan de Zee van Azov, de bouw van de Peter de Grote-haven in Reval (het huidige Tallinn) en de ontwikkeling van Poutiloff, een belangrijke militaire haven. Deze projecten vormden een duidelijke stap vooruit - een eerste toegang tot Oost-Europa en een krachtig symbool van groeiende internationale ambitie.
Werken in Rusland bracht ook een andere realiteit aan het licht. Het bouwen van havens en het verbeteren van waterwegen draaide niet alleen om het stimuleren van handel, maar ook om het versterken van de strategische slagkracht van een land. Naarmate Europa steeds dichter richting de Eerste Wereldoorlog schoof, werd duidelijk hoe nauw grootschalige infrastructuurprojecten verweven waren met een veranderend politiek landschap.